Nieuwsarchief

Betreden op eigen risico - Boekpresentatie

‘Niets van aan trekken. Het wordt erger. Op het moment dat je er niet meer tegen kan, zal het je niet meer kunnen schelen. Zo gaat dat. Ik kanervan meespreken. Er komt iets anders in de plaats. Dat daar.‘ Ze wees naar de zee. ‘En dit.’ Haar hand ging naar haar slapen.

(uit Milse - Marianne Vandenberghe en Trees Aerts)

 

‘Dus, als ik het goed begrijp meneer Karlsen,’ zegt de man met een zwaar Duits accent, ‘wilt u dat ik deze heer ombreng?’ Met zijn dikke wijsvinger tikt hij op de foto die tussen hen op tafel ligt.
‘Dat klopt.’
‘Maar de heer op deze foto bent u zelf, meneer Karlsen.’
‘Inderdaad.’ Karlsen veegt een denkbeeldig stofje van zijn schouder en inspecteert met grote zorg de nagels van zijn linkerhand.

(uit Puur Zakelijk Dimitri Tronquo)

 

Aan de overzijde van de hal hing een grote klok met zwarte wijzers op wit blad. Daarop schoof de tijd voorbij. Onder de klok zat een meisje in deux-pièces achter een betonnen balie. Ze droeg een imposante uilenbril. Soms telefoneerde ze, soms verwees ze iemand door naar ergens, één maal sloeg ze een praatje met een jonge klerk, meestal zat ze net als hij bewegingsloos voor zich uit te staren. Tussen hen in lag dertig meter hal.

(uit Een afspraak met D - LucGeeraert)