Nieuwsarchief

Vuist

‘Ten strijde,’ had ze gezegd.
Hij?
Vechten voor de goede zaak, dat was wat zij deed. Opkomen voor de rechten van minderbedeelden, hier en aan de andere kant van de wereld: één strijd één front! Onrecht genoeg, bewegingen zat om bij aan te sluiten.
‘Waarom doe jij niks, Hendrik? Ik mis passie bij jou. Spirit, vlam, vuur, noem het hoe je wil: je hebt het niet.’
Hij ging akkoord met alles wat ze zei, nog voor ze haar zin had afgemaakt. Ja-knikken was een zenuwtrek, consensus zijn natuur.
Zij was voor zijn looks gevallen: groot, goed gebouwd, een uiterst mannelijk profiel. Stevige kin, scherpe neus, ogen die je blik beantwoorden met een angstaanjagende openheid.
Hij wist al langer dat wat hij uitstraalde haaks stond op wie hij werkelijk was. Het contrast tussen zijn baasjeslijf en zijn hondjeshart kon niet groter. Het had al vaker tot ontgoocheling geleid, doorgaans bij de partner-in-spe. Deze keer had de pijn hem getroffen. Deze keer was hij verliefd.

Ariadne was perfect. Lang blond haar, diepzeeblauwe ogen, rood kersenmondje, een figuur om van te snoepen. En vooral: vuur. Ariadne straalde. Er ging een gloed van haar uit die iedereen warm maakte. Ze liet niemand onberoerd en zodra zij zich op iets smeet, marcheerde het als nooit tevoren. Te veel files en uitstoot bij woon-werkverkeer? Ariadne overtuigde de werkgever om een extra fietsbonus in te voeren. Vijftien percent van de Belgen onder de armoedegrens? Ariadne mobiliseerde vrienden en familie om mee de straat op te gaan voor de beweging-voor-mensen-met-een-laag inkomen. Hendrik ging mee - aan haar hand als een vijfjarig kind.

Ze waren talrijk die dag. De enige domper was het weer. Grauw. Het begon te regenen. De sfeer sloeg om. Ariadne keek omhoog naar de wolken, dan naar hem.
“Het wordt hard tegen hard. Dit is niks voor jou. Doe mij een plezier en ga naar huis: haal de was binnen, wil je? Ik kom zo snel mogelijk.”
Een vluchtige kus en ze wurmde zich door de mensenmassa naar de voorste rangen. Hij wist dat hij niet mocht volgen.
Tegenstroom baande hij zich een weg naar huis. De vogels keken hem na, kwetterden een spotrijmpje.

Thuis trok hij de waslijn binnen, als een visser die zijn netten ophaalt. De radio van de buren zong luid:
“Non, rien de rien,
Non, je ne regrette rien
Car ma vie, car mes joies
Aujourd´hui, ça commence avec toi!”

Zijn hart maakte een sprongetje: Piaf had gelijk! Hij streek zijn haren in de plooi en trok zijn beste pak aan; wierp zijn baasjeslijf in de strijd voor zijn hondjeshart.
Vuist in de lucht ging hij de straat op, vlaggenlijn in de aanslag.
Hij zocht en vond Ariadne: zonder acht te slaan op barricades of cordon, stak hij de straat over. Zijn witte wimpels brachten kalmte. Overgave.
Nooit was een kus zo vurig!


 

~ Samira Wymeersch